De BDI en de aansluiting bij Europese ontwikkelingen
Geplaatst op 14 november 2025Binnen Nederland wordt in een aantal living labs de invoering van de Basis Data Infrastructuur (BDI) voor de Nederlandse logistiek gerealiseerd. Samenwerkende bedrijven en (semi-) overheidsinstellingen realiseren samen een afsprakenstelsel waarbinnen elke deelnemer op een gestandaardiseerde manier data deelt met een andere deelnemer in dit stelsel.
Noodzaak van internationale aansluiting en datadelen
Nederlandse logistieke bedrijven werken echter vaak internationaal, met name binnen Europa. Een goede aansluiting met ontwikkelingen binnen Europa (en op wereldschaal) is dus noodzakelijk om tenslotte ook buiten Nederland op een veilige wijze data te kunnen creëren.
De Europese Data Strategie en het wettelijk kader
Europa (de EU) werkt aan haar digitale autonomie en aan een wettelijk kader waarbinnen op een verantwoorde manier data kan worden gedeeld. De EU heeft daarom een aantal jaren geleden de Europese Data Strategie gedefinieerd. Binnen die strategie zijn in de afgelopen jaren een aantal wetten ingevoerd. De Data Act en de Data Governance Act zijn daar voorbeelden van. Een belangrijke doelstelling van die Europese Data Strategie is om te voorkomen dat de grote platformen te veel macht krijgen, en om te zorgen dat met name het Midden- en Kleinbedrijf (MKB) wordt beschermd en zelf waarde kan realiseren uit de data die zij genereert. Ook de EU, net als de BDI, gaat daarmee uit van de techniek van het onderling, “federatief” data delen. Data blijft bij de bron en kan daar worden opgevraagd, data wordt niet (meer) gestuurd naar platformen of grote databases (die kunnen worden gehackt).

BDI volgt Europese standaarden en streeft naar interoperabiliteit
De BDI wordt dus ontwikkeld volgens dezelfde principes en volgt zo veel mogelijk de internationale standaarden die binnen Europa tot stand komen. Het uitgangspunt daarbij is dat de BDI “interoperabel” moet zijn met andere afsprakenstelsels binnen de Europese Unie. Net als in Nederland, zijn in andere Europese landen initiatieven als de BDI tot stand gekomen. De Nederlandse overheid en specifiek het Ministerie van I&W, dat het BDI-initiatief financiert, zijn van mening dat we als Nederland actief binnen Europa moeten meewerken aan het tot stand komen van deze interoperabiliteit. Zo is Nederland de voorzitter van het initiatief om een Europese samenwerking tussen lidstaten te realiseren om gezamenlijk deze interoperabiliteit te realiseren, gebaseerd op onze BDI-ervaringen en om de deelnemers aan het BDI-afsprakenstelsel het zo makkelijk mogelijk te maken in de toekomst ook internationaal data te delen en waarde te creëren.
Zichtbare waarde creëren als versneller van federatief datadelen
Deze ontwikkelingen zijn, net als de BDI, nog maar enkele jaren oud. Dat betekent dat er nog veel ruimte is om binnen Europa af te stemmen, te leren van ervaringen en die ervaringen in te brengen. Een volledig functionerende “European Mobility Data Space” waarbinnen alle deelnemers op een gestandaardiseerde wijze onderling data kunnen delen ligt nog een aantal jaren in het verschiet. De inzet van de Nederlandse overheid en het DIL-projectteam is om zo snel mogelijk, zo veel mogelijk zichtbare waarde te laten zien: voor de deelnemers aan de living labs, maar ook voor de internationale gemeenschap. Op basis van deze waarde en dus echte “business cases” die resultaat laten zien, kan de versnelling van de invoering van federatief datadelen in gang worden gezet. En met het BDI-afsprakenstelsel als basis geeft dat onze deelnemers aan de BDI een goed uitgangspunt voor internationale waarde-creatie.
Auteur: Jon Kuiper